De comfortzone

Ieder weekend plaats ik hier een nieuwe schrijfopdracht waar iedereen aan mee kan doen. Of je nou beginner of gevorderd bent, oefening baart altijd kunst. Heb je behoefte om de resultaten van de oefening te bespreken en feedback te krijgen op je werk, dan ben je van harte welkom in onze Facebookgroep Lekker schrijven! Klik hier om er direct naartoe te gaan. Er zijn al heel wat verhalen uitgewisseld, neem nu deel.

Als schrijver is het belangrijk dat je je kan verplaatsen in een ander. Het karakter zal andere keuzes maken dan jij, andere dingen leuk vinden en op andere plaatsen komen. Dat is allemaal prima te handelen, tot het een situatie betreft die buiten je comfortzone ligt. Denk aan het plegen van een moord, het bezoeken van een parenclub of gewoon lekker flirten met iemand van het zelfde geslacht. Vraag jezelf af waar jij moeite mee hebt en schrijf toch gewoon eens een scene. Ik gruwel bijvoorbeeld bij streekromannetjes, maar wie weet komt er ooit een moment dat ik zoiets moet schrijven. Dus bij deze:

Onbereikbare liefde

Zijn naakte bovenlichaam glimt van het zweet, waardoor zijn zongebruinde huid haast goud lijkt. Eloïse slaakt een zucht terwijl ze vanuit haar slaapkamerraam naar de tuinman staart. “Eduart.” Zacht prevelt ze zijn naam alsof hij een opperwezen is. Hij heeft in ieder geval wel het lichaam van een jonge God. Wederom staart ze naar zijn glimmende lijf. Zijn armspieren zwellen op terwijl hij zijn bijl laat neerkomen op een gespleten tak. Hij heft zijn armen waardoor zijn buikspieren onder zijn zachte huid rollen. Met een harde klap laat hij zijn bijl weer op de tak komen, die zich luid protesterend neer laat vallen op de grond.

Het bloed stijgt naar Eloïses wangen als Eduart door zijn benen gaat om de tak op te tillen. Zijn sterke dijbenen zetten de katoenen stof van zijn werkbroek helemaal op spanning. Tussen haar lenden verspreidt zich een warm gevoel. Hoe zou het zijn om die broek van zijn lijf af te trekken? Haar hartslag versnelt en ze begint zachtjes te trillen. Alsof Eduart haar aanvoelt, kijkt hij plotsklaps omhoog. Op zijn gezicht verschijnt een zelfverzekerde glimlach. Eloïse gooit zichzelf op de grond, waar ze zwaar hijgend tot rust probeert te komen. Wat was dat? Haar hart bonst tegen haar ribbenkast. Oh God, hoe kan ze zich nu ooit nog laten zien?

Beneden hoort ze de deur piepend opengaan. Binnen twee tellen staat ze op haar benen. Is dat Eduart? Komt hij zo haar kamer binnen om haar vast te grijpen en passioneel te zoenen? Eloïse voelt zijn lippen al haast op de hare. Ze zijn boterzacht en zo vol als een rijpe pruim. Zijn tong zal zich een weg in haar mond zoeken, over haar tanden glijden en zachtjes haar tong strelen. Ze rilt. Is ze hier wel klaar voor? Ergens wil ze niets liever dan zich met haar lijf in zijn gespierde armen vlijen. Dat hij haar oppakt en op het bed gooit om vervolgens over haar heen te hangen en haar overal te zoenen. De gedachte alleen is al zondig. Ze kan dit toch niet.

Nog een keer werpt Eloïse een blik uit het raam. Eduart is bezig de tak in stukken te zagen. Nog voor ze zich kan afvragen wie dan zojuist naar binnen kwam, zwiert haar slaapkamerdeur open. “Moeder-overste? Kardinaal Franciscus wacht beneden op u in de ontvangsthal.”