De piano

Piano

De bladeren ritselen terwijl de wind er doorheen ruist. Sinds een paar dagen zijn ze van lichtgroen naar donkergroen verkleurd. De zonnestralen, die eerst nog tussen de blaadjes heen kon piepen, raakt de bosgrond nog maar amper. Het bladerdek ligt er als een grote parasol overheen. Het beschermt Jean niet alleen tegen de zinderende zomerhitte, maar ook tegen de dikke trage druppels die op zulke hete dagen naar beneden komen vallen. Hij ruikt het water nog voordat het er is. De zware aardachtige lucht die iedere vezel in zijn lichaam wakker maakt en verfrist. Het nodigt hem uit om zijn ogen stijg dicht te knijpen, zijn hoofd in zijn nek te leggen en de wereld om hem heen binnen te laten. Echt binnen te laten. Petrichor, hij heeft er zelfs een stuk naar vernoemd.

Jean glimlacht en opent sloom zijn ogen. De wereld vertraagt om hem heen. De kleine spitsneus die net nog in tussen de bladeren zat te wroeten, spurt nu richting het houthok. De vogels zijn uit de lucht verdwenen, neergedaald op stevige takken die nu gevaarlijk heen en weer zwiepen. De herten snuffelen de lucht af met hun zachte zwarte neuzen en lopen schichtig naar hun schuilplaatsen. Konijnen en hazen zijn diep weggedoken in hun holletje. Het bos is stil. Alleen het geritsel van de bladeren, het gehuil van de wind en nu het tikken van de dikke druppels tegen het donkergroene plafond. Jean haalt nog eens diep adem en knikt dankbaar naar de wereld om hem heen. Dan draait hij zich om en loopt met een stevige pas naar binnen.

Nog voor de stevige deur achter hem in het slot valt, hoort Jean het geraas van de regen op het dak. Van de losse dikke druppels is nu niets meer over. Hij werpt een blik uit het raam om een donkere grijze sluier te zijn die neerslaat op zijn huis. Nu is hij daadwerkelijk afgesloten van de wereld. Hij glimlacht kort en drentelt dan naar zijn woonkamer. Het is tijd om aan de slag te gaan. Als componist is hij maar wat blij met de stilte om hem heen. De luxe die het natuurmonument waar hij in woont met zich meebrengt, is dat hij geen buren heeft. Op wat vogels en eekhoorns na dan. Hij kan doen en laten wat hij wil. Als hij midden in de nacht ergens trek in krijgt, kan hij net zo makkelijk de airfryer aanzetten als zijn barbecue buiten. Het geluid van de tv staat nooit te hard en hij kan zijn muziek zo lang en vaak draaien als hij zelf wil. Het grootste voordeel, hij kan doorwerken tot midden in de nacht. Niemand die over het lawaai zeurt en niemand die onverwacht op bezoek komt. Natuurlijk komt er eens in de zoveel tijd een verdwaalde wandelaar of fietser door het afgesloten stuk bos, maar die wijst hij met veel liefde en plezier de juiste weg op. Een kleine moeite voor zijn eigen stukje paradijs op aarde. Een prijs die hij met liefde betaalt.

Zodra hij achter de piano schuift, valt het allemaal op zijn plek. De stilte om hem heen, de geur van regen nog in zijn neus, de rust in zijn lijf. Een moment dat hij wil vastleggen, net zoals Vivaldi de vier jaargetijden wist te vangen. Hij laat zijn vingers over de toetsen glijden, de lage noten voor het vibreren van de aarde, te lichte noten voor het gezang van de vogels en dan de crescendo voor de regendruppels die steeds sneller en sneller neervallen. Hij voelt de noten door zijn lijf vloeien en noteert ze op zijn kladpapier. Zijn gedachten gaan zo snel, dat zijn handen het bijna niet bij kunnen houden. Het zweet parelt op zijn voorhoofd en zijn tong hangt half over zijn lippen. Hij moet snel zijn, de muziek noteren en dan, dan mag hij haar eindelijk spelen.

Het kost hem twintig minuten om de eerste ruwe opzet van zijn nieuwe stuk te noteren. Hoewel hij het volledige orkest in zijn hoofd hoort samenkomen, heeft hij enkel de pianolijnen genoteerd. Dat is voor nu handiger. Zijn vingers jeuken om het te spelen, om te kijken hoe de noten samenkomen. Hij is zo ongeduldig dat hij de inkt niet eens van zijn vingers afveegt. Hij strijkt kort over de ivoren toetsen en laat dan eindelijk de klanken uit zijn hoofd tot leven komen. Een stuk van ongeveer drie minuten, vol met kracht en passie. Het dreunt door zijn huis, door het bos erbuiten. Als golven in de zee deint de muziek heen en weer. Het zwelt aan, neemt af en werkt dan weer naar een hoogtepunt. Genot vloeit door Jeans lijf. Dit is waar hij voor leeft. Als hij de allerlaatste noot heeft gespeelt en deze nog even nazingt door het lege vertrek, verschijnt er een glimlach om zijn mond. Een glimlach die al snel bevriest als er achter hem plotseling geklap klinkt.

2 reacties op “De Piano”

  1. prachtig geschreven. Als je het artikel aandachtig gelezen hebt en nadien je ogen sluit kan je alles beleven alsof je er midden in zit. Ik werd er zelfs bij het lezen al in meegezogen, tot aan het pianospel. Daar werd ik wakker "want deze Jean kan geen piano spelen".

    1. Wat een onwijs mooi compliment, mijn dank. Tevens ook voor het lachen. Wees getroost, ook ik kan geen noot spelen 😉 Ik hou het lekker bij schrijven.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *