Het flatgebouw

abstract, building, architecture

Het gruis knarst onder Noa’s voeten terwijl ze door de lege straat loopt. Het glas rinkelt en het stof dwarrelt op. Toch kan ze een flauwe glimlach niet onderdrukken. Als jong meisje kwam ze hier vaak zat met haar ouders. Dan gingen ze naar de film of een ijsje halen. Hand in hand over straat, vaak luid zingend. De herinnering snijdt vlijmscherp door haar ziel en even hapt ze naar adem. Nog even en dan zal ze haar ouders weer zien. Ze klimt over het geraamte van wat ooit een auto was en laat haar voeten met een klap neerkomen op de grond erachter. Het grijze as stuift op en Noa trekt haar bril omlaag. Ze heeft geen haast, maar nu ze hier is, wil ze ook niet langer wachten. De ingang, die ooit warm en uitnodigend was, ligt als een groot gapend gat voor haar. Stalen balken, losgerukte stroomkabels en enorme brokstukken natuursteen vullen de lege ruimte. Boven haar hoofd pakken de duistere wolken samen en klinkt er gerommel. Het water zal nu snel  komen. Ze glimlacht flauwtjes en stapt de duisternis in.

Het was ooit een van de hoogste woontorens van Nederland. Ze weet nog goed hoe haar vader haar de avond nadat het flatcomplex was geopend uit bed had gehaald en haar in haar pyjama in de auto had gezet. Het was maar zo’n vijf minuten rijden, voordat ze de stad achter zich lieten en hij de auto in de berm zette. Noa had met grote ogen naar haar hem gekeken, terwijl hij haar uit de auto tilde en op het dak zette. Voorzichtig had hij haar omgedraaid, met haar gezicht naar de stad toe, en toen zag ze het. Vlakken van rood, groen, blauw en geel licht schenen haar tegemoet. Het was magisch. Twintig jaar later, twee jaar nadat haar moeder was overleden aan een hartstilstand, had haar vader er een appartement gekocht. De eerste bom ging twee dagen voor zijn verhuizing af.

China werd als eerste geraakt. De Noord-Koreaanse leider verklaarde het enorme land de oorlog nadat een aantal Koreanen in Chinese strafkampen om het leven waren gebracht. Hij voegde gelijk daad bij woord, gesteund door bondgenoot Amerika. Rusland nam wraak door heel Korea plat te bombarderen. Natuurlijk voelde Uncle Sam zich geroepen om dit varkentje te wassen. Met een atoombom. Moskou werd in een keer weggevaagd. Een heldere flits aan de donkere hemel en het was gedaan. De verschroeiende hitte vlamde door de stad, smolt het zand tot glas en verschrompelde alle levensvormen tot versteend as. De schokgolf die volgde verpulverde dit tot stof. Het duurde maar een paar seconden, maar binnen die paar seconden was de wereld compleet verandert. Ruim zes en een half miljoen mensen stierven in die paar seconden en nog zo’n drie en een half miljoen raakte er gewond. Sommigen waren blind door de lichtflits of doof door de drukgolf, anderen hadden een lichaam vol brandwonden, maar de grootste pechvogels waren zij die net niet gestorven waren. Het vel was al van hun lijf gestroopt, het onderliggende vlees gekookt in de hitte. Hun organen hadden al lang moeten opgeven, maar toch waren ze nog in leven. Net. Hun gekrijs en gekerm werd het nieuwe volkslied van Rusland. De weken na de ontploffing maakte de bom nog meer slachtoffers. Mensen die dicht bij de stad woonden kregen al snel verschijnselen van stralingsziekte. Midden op straat sloegen ze dubbel en spuugde hun hele maaginhoud op de grond, of ze moesten rennen naar de wc omdat ze het niet meer op konden houden. Bij sommigen vielen de haren uit, de anderen begonnen te bloeden uit neus, oor en mond. De symptomen verdwenen even, maar naar een paar dagen sloegen ze weer genadeloos hard toe. Dat was het moment dat de tweede bom viel.

Rusland wilde wraak nemen. Het sloot de handen ineen met China en besloot D.C. te bombarderen. Waarom ze er voor kozen om de bom vanuit de Oekraïne af te vuren, is me nog altijd een raadsel. Het antwoord zal ook nooit meer boven water komen. Het ging mis. Goed mis. De bom spatte uit elkaar boven Genève, maar de Russen gaven niet op. Een uur na de ontploffing stuurden ze hun tweede bom de lucht in. Die bereikte Lyon. Europa lag op zijn gat.

het flatgebouw

Noa’s vader nam het risico niet. Hij wilde niet wachten tot alle straling was neergedaald of de volgende bom op Nederland zou vallen. De Amerikaanse kernbommen op Europese bodem waren al helemaal een bedreiging in zijn ogen en dat was zo’n gekke gedachte nog niet. Even waande zij zich weer vijf jaar, toen zij in haar pyjama de deur opendeed en hij klaarstond met de autosleutels in zijn hand. Hij gaf haar vijf minuten om wat spullen te pakken. Kleding, voor alle seizoenen, en goede stevige wandelschoenen. Dat was alles wat ze mee mocht nemen. Ze kleedde zich goed warm aan, ook al was het niet koud, en nam de stevigste rugtas die ze kon vinden. Haar vader gooide hem achter in de auto. Hij stond te springen om te vertrekken. Toch hield hij de deur voor haar open, dat dan weer wel. Noa’s hart klopte in haar keel toen hij het stuur greep en vol gas de straat uitreed. Niemand keek er van op. De wereld was voorgoed veranderd.

Noa’s voet glijdt even weg terwijl ze zichzelf omhoog duwt. Ze is bijna op de tweeëntwintigste verdieping, net niet op de helft. Dit is waar de raket een groot gat in het gebouw had geslagen. De brokstokken liggen overal en de wind suist om haar oren. Ze zou ook hier al kunnen stoppen, maar de drang in haar om nog een keer op dat dak te staan, heeft de overhand. Dus klautert Noa verder. Nog een paar halsbrekende toeren en dan kan ze naar alle verwachting weer gewoon gebruik maken van het trappenhuis. Ze werpt een blik omhoog. Zo’n twee verdiepingen nog, voordat de treden weer bruikbaar lijken. Ze grijpt het ijzeren karkas van waar ooit de muur zat. Haar leren handschoenen beschermen haar goed tegen de scherpe randen van het metaal. Als twintigjarige had ze nooit geloofd dat dit het meest kostbare cadeau in haar hele leven zou zijn, nu denkt ze met pijn in haar hart aan de vrouw die het aan haar schonk.

Het was Luitenant-Kolonel De Wit lang gelukt enige orde te handhaven in het ondergrondse complex. Terwijl de wereld boven hun hoofd verging, werd er in de bunker hard aan de toekomst gewerkt. Wetenschappers, boeren, soldaten, iedereen had iets toe te voegen aan die toekomst. Noa keek haar ogen uit toen haar vader onder de slagboom door het enorme complex inreed. Ze wist toen nog niet dat het een aantal jaren zou duren voor ze de zon weer zou zien. Haar vader had haar heel wat uit te leggen. Hoe kon het dat hij hier zo maar werd binnengelaten? Noa vroeg het niet, maar hij wist dat de vraag op haar lippen brandde. Zijn stem klonk hees toen hij begon te praten.

“Ze hebben me gerekruteerd in 1991. Mijn kennis van bouwmaterialen sprak ze aan. In al die jaren heb ik plannen geschreven hoe je de wereld kan herbouwen als… Nou ja, als er zoiets als dit gebeurd. Wat doe je als je geen metaal meer tot je beschikking hebt, als er geen bedrijven meer zijn om hard plastic te maken, als je zelf een fundering moet bouwen uit het niets? Ik gaf antwoord op dat soort vragen. Het zou eerst maar een tijdelijke functie zijn, twee of drie scenario’s. Uiteindelijk zijn het er over vijfhonderd geworden. We hadden nooit verwacht dat er een uit zou komen.”

“Je hebt het ons nooit verteld.”

“Ik had een geheimhoudingsplicht. Voor ze met de lijst van de bunker kwamen hebben ze eerst iedereen uit het team geknikkerd die er thuis over had gesproken. Het was de enige manier waarop ik jou en je moeder veilig kon houden.”

“Mama wist het ook niet?”

“Nee, maar ze zou het begrijpen.”

Noa kon alleen maar knikken. Haar moeder zou er alles aan doen om haar gezin veilig te stellen. Alles. Veel tijd om te praten kregen ze niet meer. Een streng ogende militair sommeerde ze naar een algemene ruimte, die ondertussen al gevuld was met zo’n dertig nerveus ogende burgers. Er was een klein podium. Een vrouw van middelbare leeftijd stapte voor de microfoon. Het zenuwachtige geklets verstomde en iedereen keek met grote ogen toe.

flatgebouw, tunnel, bunker, cave

“Welkom burgers. Ik ben Luitenant-Kolonel De Wit. Het is treurig dat wij elkaar onder deze omstandigheden moeten ontmoeten. Over enkele ogenblikken sluiten wij de deuren van de bunker, de toenemende dreiging is te hoog om enig risico te nemen.”

Achter Noa klonk plotseling een hoog schavend geluid, alsof iemand de radio op ruis had gezet en het volume flink omhoog had gegooid. Ze kromp even in elkaar, voor ze een blik over haar schouder wierp. Haar vader greep haar hand stevig vast en kneep bemoedigend toe.

“Wilt u drie rijen vormen, zodat we u kunnen testen op stralingsniveau. Degene met te hoge waarden worden in een apart gedeelte van de bunker verzorgd, tot het niveau is gedaald of…” Luitenant-Kolonel De Wit maakte de zin niet af, maar knikte met haar kin in de lucht. Mensen kwamen langzaam in beweging en niet veel later waren er drie rijen van tien tot twaalf mensen. Terwijl een handjevol militairen in beweging kwam om iedereen te testen, sprak de vrouw de groep nog een keer toe.

“Na de test wordt u aan het werk gezet. We zullen hier naar verwachting enkele jaren zitten, maar dat betekent niet dat u nu alle tijd van de wereld heeft. U bent hier met een reden, u zult voor uw verblijf moeten werken. Alle middelen die wij tot onze beschikking hebben zijn kostbaar, verspil niets. Dat zal worden afgestraft.”

Noa trekt zichzelf omhoog aan de stalen balk en zwaait haar been over de rand. Eindelijk voelt ze weer stevige grond onder haar voeten. Nou ja, stevig genoeg. Ze durft zichzelf achterover te laten zakken en even op adem te komen, strekt zich uit en voelt haar spieren onder haar huid bewegen. Ze zeuren van de intense inspanning, maar zijn nog niet opgebrand. Nog een kleine tien verdiepingen, dan is ze er. God, wat had ze De Wit gevreesd. Laura. Het had twee jaar geduurd voor ze tegen de vrouw had durven spreken, nu geeft Noa haar rechterarm als dat nog een keer zou kunnen. Laura is bij haar ouders, net als de rest. Een voor een waren ze omgevallen. Sommigen binnen een paar dagen, anderen na een aantal jaar. Laura als laatste, nadat ze Noa zoveel mogelijk had geleerd hoe ze kon overleven.

“Het is tijd om naar buiten te gaan. Vindt andere mensen, Noa. Zorg dat dit niet voor niets was.”

“We hebben al jaren niemand op de radio gehoord. Alle andere bunkers, iedereen is dood.”

“Dat wil niet zeggen dat er niemand meer buiten is. Meisje, als ik dood ben dan moet je gaan zoeken, hoor je me?”


Noa kon alleen maar knikken terwijl ze de trillende hand stevig vast hield. De gezwellen bedekte het overgrote deel van Laura’s lichaam en op sommige plekken was de huid al zwart geworden. Mies had geweten wat ze konden doen, maar Mies had een jaar eerder een kogel door zijn kop gejast. Iedereen was dood, iedereen behalve Laura en zij. Noa wist niet wat ze moest doen, wat ze kon doen ze was hier helemaal niet klaar voor. Maar die gedachte liet Luitenant-Kolonel De Wit niet toe.

“In mijn kamer, in het nachtkastje, ligt een boekje. Het is een stappenplan. Voet het uit. Huil niet als ik dood ben, maar laat me los en pak het stappenplan. Begin direct. Beloof het me, Noa.”

Ze beloofde het. Hoe kon ze nee zeggen tegen een laatste wens.

Noa duwt zichzelf overeind en grijpt haar rugzak. De Luitenant-Kolonel had alles zorgvuldig gepland. Van materialen tot de afscheidsbrief. Ze rommelt door de spullen tot ze het schriftje in haar handen heeft. Het is ondertussen aardig gekreukt en aan de randen verkleurd, maar de tekst is nog goed te lezen. Ze bladert er doorheen, tot ze bij de lijst uitkomt.

  1. Tank de dirtbike af
  2. Vul een extra container en koppel deze aan de bike.
  3. Gebruik de override code om de deuren te openen: 4699107631
  4. Pak de rugzak, alles wat je nodig hebt zit hierin. Maak dat je wegkomt!
  5. Volg de kaart, bezoek de objectieven
  6. Vindt mensen.

De lijst, hij is zo simpel, zo effectief. Noa glimlacht, stopt het boekje terug in haar rugzak, staat op en slingert het gevaarte weer over haar schouders. Ruim drie jaar. Zolang heeft ze er over gedaan. Iedere plek op de kaart heeft ze bezocht, soms wel twee keer. Nooit is ze iemand tegen gekomen. Zelfs niet in de buitengebieden. Er was geen enkel teken van leven. Alleen verwilderde dieren. Noa proeft een bittere smaak in haar mond. Nog even doorzetten nu.

Er zouden nog drie verdiepingen moeten zijn, maar Noa kan niet verder. Ze kijkt uit over de stad en boven haar is alleen maar lucht. Twee stalen armen grijpen naar de wolken alsof ze om vergiffenis smeken. Gebogen als vingers die naar God wijzen. Waar was Hij toen dit allemaal gebeurde? Ze kijkt om zich heen. Ooit was dit een prachtig penthouse, met uitzicht tot aan de volgende stad. In de hoek staat een geraamte van wat ooit een bed was. Verweerd. Verteerd door zon, wind en regen. Een zwart vlak aan de muur, waar de bewoners naar het nieuws keken, of series, het is om het even.

Noa sluit haar ogen en doet alsof ze een afstandsbediening vast heeft. In haar gedachte hoort ze slippende autobanden en spannende muziek, het gestamp van een groot wezen. De laatste film die ze zag. Met een droeve glimlacht opent ze haar ogen weer en trekt haar rugzak naar voren. Het is tijd. Ze pakt de appel, die ze zo voorzichtig heeft bewaard, samen met haar laatste slok water. Het is jaren geweest sinds ze voor het laatst fruit heeft gegeten. Het is waarschijnlijk niet veilig, maar wat maakt het nog uit? Ze zet haar tanden tegen de gladde huid en met een knisperende knak breekt ze er doorheen. Zoete vloeistof vult direct haar mond. Het schuimt over haar lippen, haar tong, en even rollen haar ogen in hun kassen. Ze kan de kreun van puur genot niet tegenhouden.  

Met een verwarde blik kijkt ze naar het laatste restje water en schudt haar hoofd. Ze wil de smaak van de appel blijven proeven. Haar laatste herinnering aan een mooie, normale wereld. Een wereld waar ze met haar ouders onbezorgd door de Franse velden met stinkende gele bloemen kon razen, waarin je anderen vast kon houden om te knuffelen. Een wereld waarin de straten nog niet bezaaid lagen met lijken van de oorlog. Toen ze nog niet de enige was die alles had overleefd. Noa staat op de rand en kijkt om zich heen. De restanten van de stad die ze eens thuis noemde liggen als grijze blokken voor haar, overwoekerd met wilde planten. Gemuteerde honden en katten jagen op elkaar. De wereld die zij kende bestaat niet meer. Zij is de laatste. Het is tijd.

Ze zet haar rugtas naast haar neer Nog een keer likt ze haar lippen en glimlacht ze. Dan sluit ze haar ogen, spreidt haar armen en laat zich voorover vallen. Het laatste wat ze hoort is een geschrokken gil.

“Nee, wacht!”

Fuck.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *