Het niets – deel 4

awards, smoke, human, alone

In 2020 nam ik deel aan de Harland Awards met mijn verhaal Het niets. Er waren 178 deelnemers, maar ik had het geluk om op de 35e plaats binnen te komen. Ik deel hieronder met trots het deel 4 van mijn inzending.

06.

De sirenes loeien door het dorp heen. Iedereen die nog niet wakker was, is dat nu wel. Agata hoort ze niet. Ze ziet alleen haar zoon, haar grote sterke zoon, die als een klein kind in elkaar is gekropen. Aleksander houdt zijn arm dicht tegen zijn lichaam aan en wiegt zichzelf heen en weer. De politie heeft hem een klein half uur geleden afgezet, met de melding dat hij in shock is, maar dat ze weinig voor hem konden doen. Er was geen sprake van lichamelijke verwondingen, alleen dat plotseling ontbreken van zijn hand. De enige die de knul kan helpen, is een psycholoog. De politie had al gebeld voor een intake, maar die zou pas over drie dagen zijn. Tot dan, zo was hun advies, moest zijn moedertje maar goed voor hem zorgen. Agata strijkt met haar hand over zijn haar, maakt het plat en grijpt dan zijn kin vast. Ze zorgt dat haar zoon haar recht in de ogen aankijkt.

“Wie heeft je dit aangedaan, lieverd?” Haar kaken zijn op elkaar geklemd en ze laat zijn blik niet los. Ze heeft hem goed opgevoed, want hij durft niet weg te kijken.
“Het niets, mama.”
“Niets is geen antwoord. Ik wil namen horen.”
“Nee, mama. Het was een grote wolk van niets. Er was helemaal niets daar. Dit stukje van mij is gewoon verdwenen.”

Agata twijfelt aan haar Nederlands en kijkt haar andere zoon vertwijfeld aan. Ook Albin ziet zo wit als een doek en trilt lichtjes. Hij knikt haar bevestigend toe.

“Niebyt, mamusia.”

Ze keert zich weer naar Aleksander en vraagt hem waarom hij in hemelsnaam zijn hand daarin heeft gestoken. Zwakjes vertelt hij het verhaal over de jongens.

“Zij hebben jou dit aangedaan. Kijk mij aan zoon.”
Aleks tilt zijn blik op en kijkt naar zijn moeder. Naast hem kijkt zijn broer nieuwsgierig mee. Agata laat haar ogen van de ene naar de andere glijden.

“Wie zijn jullie?”
“Zonen van Dudek.”
“Wie raakt de zonen van, Dudek?”
“Niemand.”
“Wat doen we met hen die het proberen?”
“Die wissen we uit.”
“Die wissen we uit, ja. Ga en pak die jongens. Hou de eer van onze naam hoog.”

Agata pakt Aleksander bij zijn schouder vast.
“Jij bent niet zielig omdat je een hand mist, je bent pas zielig als je dit je leven laat bepalen. Ga.”

Tegen de tijd dat Albin en Aleksander weer over straat lopen, zijn de trillingen opgehouden en hebben ze weer kleur op hun lichaam. De handeloze arm wordt niet langer vastgegrepen, maar hangt rustig naast het lichaam. Er is een flink mes aan vastgebonden. Het duo is uit op bloed. Zij zijn de zonen van Dudek.

07.

Johan haalt Daan net onder de douche vandaan als zijn telefoon begint te trillen. Hij wikkelt zijn zoon in een grote, zachte handdoek en klauwt dan in zijn broekzak. Te laat. Als hij de iPhone eindelijk te pakken heeft, ziet hij dat hij al drie oproepen gemist heeft. Tessa. Shit. Hij drukt snel de knop in om haar terug te bellen en zet de telefoon op speaker. Terwijl hij zijn zoons rug droogwrijft drijft haar stem door de schelle speaker de holle badkamer in.

“Johan? Zijn jullie in orde, waar was je? Zeg iets, waar ben je nu? Waar is Daan, zeg me dat Daniel in orde is. Johan?”
“Hey, schat, rustig. Wij zijn hier. We zijn gewoon thuis, komen net onder de douche vandaan. Daan staat bij me, je staat op de speaker.”
“Daan, liefje?”
“Hoi, mama.”
“Ben je okay?”
“Ja, waar ben je? Ik mis je zo.”

Johan knikt, realiseert zich dat Tessa dat niet kan horen en schraapt dan even zijn keel.
“Ja, waar ben je? Ik dacht dat je terug zou komen?”
“Dat heb ik ook gedaan, maar ik mag het dorp niet meer in.”
“Wat bedoel je?”
“Er staan hier allemaal militairen. Niemand mag er meer in. De rij auto’s staat helemaal tot aan het viaduct, als het nu niet al verder is. Niemand kan erlangs.”
“Dan komen wij wel naar jou toe.”
“Nee, Johan, je begrijpt het niet.”
“Wat?”
“Het dorp is afgesloten. Er kan niemand in, maar ook niemand uit.”

Johans hand blijft in de lucht zweven, terwijl hij door zijn benen zakt. Hij voelt zich misselijk worden en hij krijgt geen adem. Zijn gezicht tintelt. Hij zit hier opgesloten, hij kan nergens heen. Er gutst zweet over zijn voorhoofd en zijn oren piepen. Hij hoort dat Tessa iets zegt en voelt hoe Daan aan zijn arm trekt. Hij weet niet of het vocht in zijn nek de tranen van zijn zoon zijn, of zijn eigen zweet. De wereld wordt zwart.

Pedro staat over hem heen gebogen als hij zijn ogen weer opent. De gespierde Spanjaard leidt Johans arm over schouder en tilt hem dan van de grond af. Daniel kijkt met grote ogen toe terwijl het duo langzaam de badkamer uitschuiven. Het duurt ze zo’n vijftien minuten voordat ze van boven eindelijk beneden in de achtertuin zijn. Ravi, Pedro’s Yorkie, rent vrolijk om hen heen en keft de longen uit zijn lijf. Daan zit stilletjes op zijn stoel en kijkt naar zijn vader die de verse buitenlucht diep in zijn longen zuigt.

“Are you okay?”
“Het gaat wel.”
“What happened, Tessa called me in a panic.”
“Heb je het nog niet gehoord?”
“What?”
“Het dorp is afgesloten, er hangt een of andere zwarte wolk over het bos. Pedro, het is een wolk van niets. Het consumeert alles, ik weet het zeker. Wij hebben het gezien.”

Hij knikt even naar zijn zoon en staart dan weer naar de Spanjaard voor hem. Ergens begrijpt hij zijn vrouw wel, de man is prachtig, gespierd en blijkt ook nog eens zorgzaam. Ze heeft hem zelfs een sleutel van het huis gegeven. Hun huis.
“Neuken jullie al lang met elkaar?”
“What?”
Pedro die net naar Daan zat te kijken, draait zijn hoofd met enorme snelheid naar Johan. Hij kijkt hem verbaast en geschrokken aan.
“Is that what you think?”
“I can’t blame you.”

Johan praat niet graag Engels, maar hij schakelt nu toch over. Als ze dit gesprek gaan hebben, wordt het sowieso niet leuk.

“Ik ben niet in love with jouw vrouw. She is prachtig, but you are prachtiger.” Pedro’s ogen glijden naar de grond terwijl Johan de woorden laat bezinken.
“Wacht, wat?”
Terwijl hij opgelucht begint te lachen, grijpt hij zijn buurman in een omhelzing. Hij heeft niets te vrezen van deze man.
“Pedro, sorry. Ik wist het niet.”
“It’s okay. Tessa and I are friends, she loves you and only you. I can’t blame her.”

De Spanjaard glimlacht terug, roept dan zijn Yorkie bij hem en loopt richting de achterdeur. Daan, die zijn vader zag lachen, wuift de buurman vriendelijk tot ziens.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *