Lorre wil een koekje

Dit huis is mijn thuis. Dat is het al jaren. Ik kan me bijna geen tijd herinneren dat het anders was. Dit is waar ik hoor, nergens anders. In de ogen van ander is het misschien niet veel, maar voor mij is het de hele wereld.

De glasgordijnen voor het raam, het rode hoogpolige kleedje dat over de donkerbruine salontafel ligt gedrapeerd, de antieke bank met het vaalgroene pluché, ik heb het allemaal even lief. Misschien komt het omdat ik niets anders gewend ben. Ik kijk immers al jaren toe hoe het gedempte licht van buiten de huiskamer in schemerig licht dompelt. Hier verandert niets, zelfs de stofdeeltjes die door de lucht dansen lijken hetzelfde te zijn. Het heeft iets vertrouwds als je altijd weet wat je kan verwachten. Sommigen zullen het verschrikkelijk vinden, die willen uitdaging en avontuur. Ik niet. Reinheid, rust en regelmaat, daar moet het leven op draaien.

Zo hebben mijn dagen zich altijd verstreken, met regelmaat. Ik kan er de klok op gelijk zetten wat er op welke dag gebeurt. Iedere vrijdag word ik van mijn ietwat plakkerige plak getild en trots in het midden van de tafel geplaatst. Dat is de dag dat dochterlief thuis op bezoek komt. Eerst kwam ze alleen, maar nu al een aantal jaren met een kalende knul die ze haar man noemt. Meneer een mevrouw zitten dan aan mijn rechterkant, terwijl de dochter en haar man aan mijn linkerkant zitten. Ik ben echt het stralende middelpunt. Terwijl het viertal over het weer spreekt, of over de streken die de brutale buurman nu weer heeft uitgehaald, maakt het continue gebruik van mijn diensten. Iedere keer als er een hand in mijn buik verdwijnt, zie ik mevrouw een beetje glimmen van trots. Ik kan niet helpen dat ik dan een beetje bloos. Het is zo fijn dat ze weet dat ik goed voor haar gasten zorg, al ben ik aan het einde van die middag wel helemaal uitgeput.

Het is meneer die iedere zaterdag met de boodschappen thuiskomt. Polleke noemt ze hem, maar ik hou het graag wat professioneler. Meneer geeft mijn benodigdheden zorgzaam aan mevrouw, die hij op zijn beurt Sjannie noemt, om te zorgen dat niets breekt. Het is voor mevrouw en mij iedere keer weer op nieuw een verrassing om te zien wat hij heeft meegebracht, maar ik moet even geduld hebben voor ik erachter kom. Ze pakt me namelijk altijd eerst van mijn plank en maakt me dan helemaal schoon. Van binnen en van buiten. Pas als ik weer helemaal glim, pakt ze de benodigdheden om mij aan te vullen. Soms zijn het roze koeken, soms bokkenpootjes of meneers favoriet; boterkoek. Vaak zit ik tot de nok toe gevuld en ga ik met mijn volle buik terug naar mijn plekje. Ik zie de dagen voorbij gaan en wacht samen met meneer en mevrouw op de vrijdag.

Toch is er aan mijn rust en regelmaat een ruw einde gekomen. Ongeveer twee maanden geleden kwam meneer alleen naar beneden. Hij leek aangedaan en maakte wilde bewegingen met zijn armen en benen. Ik begrijp nog steeds niet wat er is gebeurd, maar een paar uur later stond de hele kamer vol met mensen die ik niet kende. Dochter en haar man waren er ook en kijken al net zo vervreemd naar de mannen in donkergroene broeken en gele jassen. Ondanks dat het pas maandag was, werd ik toch van mijn plank getild. Ze namen niet eens de moeite om mij in het middelpunt te zetten, maar gaven me door van hand tot hand. Ik voelde me nog nooit zo gebruikt. Toch is het ergste dat ik mevrouw nooit meer heb gezien. Opeens was ze weg en ik weet niet waarheen. Meneer heeft me teruggezet in de kast en daar sta ik dus al die tijd. Nou ja, stond.

Drie ochtenden geleden kwam dochter ineens binnenwaaien. Helemaal in haar eentje. Meneer kwam niet eens uit zijn stoel, maar dat leek ze niet erg te vinden. Ze gaf hem een kus op zijn kale, gerimpelde hoofd en gaf hem daarna een of andere doos. Zonder iets te zeggen liep ze op mij af en pakte ze me uit de kast. Even dacht ik dat het vrijdag was, door het lange wachten was ik de dagen kwijtgeraakt, maar toen begon ze met te poetsen. Ze haalde ieder kruimeltje zorgvuldig uit mijn buik, net als mevrouw. Toen ik weer helemaal glom stopte ze me tot de nok toe vol met koekjes. Kaakjes om precies te zijn. Dat was het exacte moment waarop mijn leven voor de tweede keer in zo’n korte periode drastisch zou veranderen.

Ik sta nog steeds op mijn plakkerige plank in de woonkamer, maar ik zal nooit meer het stralende middelpunt van de tafel zijn. Mij is een ander lot toebedacht. Een in de vorm van een groene en gele veren. Een springding wat in de hoek op en neer hupst in een of andere kooi. Meneer is er blij mee, dat zie ik ook wel. Hij praat iedere dag tegen het ding. Nog erger, dat ding praat terug. De hele dag door krijst het dezelfde zin:

“Lorre wil een koekje.”

Ik ben nog nooit zo vaak van mijn plank gehaald en wellicht heb ik nog nooit iemand zoveel plezier gedaan. De krassen die het ding in mijn mooie buitenkantje maakt, die neem ik maar voor lief. Meneer glimt namelijk weer, dat ik dat dan wat minder doe, maakt helemaal niet zoveel uit.