Sch001

sch001

Alex slikt en slaat voorzichtig zijn ogen op. De letters dansen over het papier en zijn hoofd bonkt. Hij durft niet uit het raam te kijken. Ze zitten midden in een proefwerk, dat wordt als spieken bestempeld. Hij richt zijn blik daarom even op de stoelpoten voor hem. Meteen klinkt het hoge gezoem van camera die zijn kant op draait. Ze hebben de beweging nu al geconstateerd. Hij ademt een keer diep in, sluit dan zijn ogen en kantelt zijn hoofd weer wat verder naar beneden. Als hij ze weer opent dansen de letters vrolijk verder.

Op dit soort momenten, baalt Alex ervan dat hij niet vijftig jaar eerder leefde. Zijn oma vertelt hem soms de prachtigste verhalen over hoe ze iedere klasgenoot bij naam kende. Sterker nog, ze zag sommigen zelfs buiten school. Er werd gepraat in de klas en gelachen. Op het schoolplein deden ze tikkertje. Dat kent hij alleen uit het eerste artikel in de grondwet:  Een ieder persoon is gehouden verantwoordelijk om afstand te bewaren van minstens anderhalve meter. Lichamelijk contact in vorm van spel, zoals tikkertje, of anders, zoals voortplanting, is ten strengste verboden. Enkel gezinnen die vrijstelling van de staat hebben verkregen, mogen dergelijke handelingen binnen het eigen huishouden van maximaal drie personen tot uitvoer brengen. Toen hij haar vroeg wat het eigenlijk was, schrok ze enorm. Ze begon te huilen en sindsdien hebben ze het er niet meer over gehad. Alex heeft nog even overwogen om via het darkweb Google te benaderen, maar hij wilde zijn leven niet riskeren voor die stomme zoekmachine. Hij liet het er maar bij.

Tot hij vorige week zijn oma sprak. Ze had een keurig envelopje klaar, zoals ze dat iedere maand had. Toen ze elkaar begroetten door de vingertoppen tegen het glas te duwen, drukte ze de envelop snel onder de gleuf door. Oma keek hem streng aan en Alex wist dat hij zijn mond moest houden. Zijn hart klopt nog steeds sneller als hij aan dat moment denkt. Zou ze hebben geweten welk risico ze er mee nam?  Zijn ze nu in gevaar? Oma maakt het vast niet zoveel uit, die heeft teveel meegemaakt om nog onder de indruk te zijn. Maar hij, hij wil nog niet dood.

Alex wordt opgeschrikt door een zoevend geluid. Een witte metalen vinger tikt twee keer op de hoek van zijn tafel. Zat hij nou echt weg te dromen tijdens zijn proefwerk? Hij knikt zacht met zijn hoofd en de bot glijdt weer weg. Ze zijn er alleen maar om de studenten bij de les te houden, correcties laten ze aan de droid over. Een naar, zwarte robot die in de hoek van de klas staat opgesteld. Vroeger stond daar de leraar.

“Mijn meester, Peter, was de beste leraar op de school. Hij was echt supertof en iedereen was dol op hem. Tot hij verdween, maar dat is een ander verhaal. Mees vertelde echt de meest geweldige dingen. Over hoe hij was gaan snorkelen in de Noordzee en ineens Atlantis had ontdekt, de verzonken stad, of hoe zijn grootvader de Duitsers op stang joeg door een verzetskrant op te zetten. Toen had je nog papieren kranten en journalisten. Meester Peter bracht het allemaal tot leven, daardoor wilde je het leren. Niet omdat het moest, zoals nu.”

Alex slikt nog eens. Een meester, goh wat zou het tof zijn om die te hebben. Oma had het allemaal voor hem opgeschreven. Tikkertje, spelen, meesters en juffen, buiten wandelen zonder mondkapje, winkels waarbij je echt naar binnen mocht. Wat zou hij graag in die tijd leven. Hij glimlacht als hij er aan denkt.

sc001

De droid springt aan. Het sissende geluid van de hydrolyse leidingen laat iedereen rillen. Alex hoeft niet op te kijken, hij weet als geen ander dat de twee scanners als rode ogen op het beeldscherm naar buiten turen. Hij houdt zijn ogen stijf op zijn papier gericht en zorgt dat zijn hand blijft schrijven. Toch trilt hij. Hij kan het niet helpen. De doffe klappen van het ijzeren monster komen steeds dichterbij. Hij wist het wel.

“A-1-509-YY-610, rapporteer.”
“Alex Mino. Aanwezig.”
“Opdracht: Volg.”
“Bevestigd.”

Alex staat langzaam op. Zijn benen begeven het bijna. Om hen heen halen zijn klasgenoten scherp adem. Hij kent ze geen van allen bij naam, nog niet eens bij nummer. Het zal ze weinig interesseren of hij in de stoel zit, of een ander. Schoorvoetend volgt hij de droid en dankt de makers in stilte dat ze het kreng niet te snel hebben gemaakt. Even verwacht hij dat hij de hoek in moet, maar de robot blijft bewegen. De deur wordt geopend en nu kijken zijn klasgenoten wel op. Alex kijkt nog een keer over zijn schouders voor hij door het gat verdwijnt. Niemand weet wat er met de mensen gebeurd die tijdens de les het lokaal worden uitgeleid, maar een ding is zeker. Er is nog nooit iemand teruggekomen.

De gang is lang, donker en leeg. Alex hart klopt in zijn keel als hij de eerste stap zet. Plotseling voelt hij koude tentakels in zijn nek, voor hij met een ruk naar achteren wordt getrokken. Hij tuimelt het lokaal weer in en de deur slaat vlak achter hem met een harde klap dicht. Zijn hoofd knalt zo hard tegen de tegels dat zijn oren er van suizen en hij even sterretjes ziet. Hij hoort gepiep om zich heen, terwijl zijn beeld langzaam terugkomt. Zijn klasgenoten staan beschermend om hem heen. De deur is gebarricadeerd met bureaus en de bots liggen na te spartelen in een hoek.

Alex ogen worden groot en hij kijkt verbaast op. Dan steekt een grote blonde jongen zijn enorme hand naar hem uit. Oma heeft hier over geschreven, vroeger schudde mensen de handen om kennis met elkaar te maken. Twijfelend pakt Alex hem vast en verwacht vrijwel direct dood neer te vallen of ziek te worden, maar er gebeurd niets. De jongen beweegt zijn hand op en neer.

“Dwayne Naval. Welkom bij de club, Alex.”

Hij trekt een ketting onder zijn T-shirt vandaan. Er hangt een usb aan, net zo een als die van oma.

“Laten we de wereld weer menselijk maken.”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *